Willem de Jonge

Director Global Sustainable Development, Heineken

Samenwerking voor duurzame ontwikkeling volgens Heineken

Om bestuurders op weg te helpen in hun zoektocht naar effectieve samenwerking vertelt Willem de Jonge, Director Global Sustainable Development bij Heineken, hoe hij in samenwerking met de provincie Zuid-Holland en de Universiteit Wageningen tot een emissievrije productie probeert te komen. De drie partijen werken samen in Groene Cirkels, een gezamenlijke missie voor duurzame ontwikkeling. Het samenvoegen van culturen (van wetenschap, bedrijfsleven en overheid) en het bestrijden van vooroordelen over en weer heeft daarbij tijd gekost. Tegenstijdige belangen zijn geen probleem, als je je belangen maar goed aan elkaar kunt uitleggen. Zo kun je een win-win-win creëren.

‘Het bedrijfsleven heeft twee doelstellingen’, stelt De Jonge. ‘Op korte termijn winst maken, en op lange termijn succesvol ondernemen en dat betekent dus duurzaam ondernemen.’ ‘Daarom wil je een bijdrage leveren aan de houdbaarheid van de samenleving, want die zorgt voor welvaart. Tegelijk zitten bedrijven in een zwaar competitief veld en hebben ze belang bij winst. Als die winst lager is dan die van concurrenten word je daarop afgerekend. Dan win je niet! Je verliest vertrouwen. Zo kan een verschil van twintigduizend euro voor een miljoenenbedrijf significant zijn.’


Vier jaar geleden zag de top van Heineken in dat sustainability van de samenleving niet vanzelfsprekend was. ‘We zagen niemand de handschoen oppakken, dus besloten we het zelf te doen. Al wisten we niet precies hoe. We zagen wel de uitdagingen: overheden zijn vaak inefficiënt in het nemen van grote besluiten en het bedrijfsleven is van nature niet zo gericht op de lange termijn.’

Tegenkracht

‘In bedrijven heb je twee krachten: aandeelhouders en medewerkers. Dat zijn jullie’, zegt De Jonge, terwijl hij de tafel rond kijkt. Van onderop ontstaat ook in een bedrijf een belangrijke factor die het beleid mede beïnvloed dan vanuit de top. In het bedrijf hadden we twee mensen die het verschil wilden maken: Godfried Meier, een brouwmeester die iets wilde achterlaten. Hij wilde de eerste stap naar duurzaamheid maken. De ander was Jan Kempers, Duurzaamheidsmanager Heineken Nederland Supply. Hij heeft het idee uitgedragen. Zij creëerden tegenkracht tegen het profit-denken. Tot dan ging de productielijn vooral over winst maken, en wat daarbij komt kijken, zoals kwaliteit en ongevallen reduceren. Bestuurders waren moeilijk op een ander been te zetten. Dus verzonnen we een list. Als duurzaamheid op het etiket komt van een concurrent, hebben wij als grootste producent in Nederland een achterstand. We moesten dus wel naar een klimaatneutrale productielijn.’


Daar bleken heel veel partners voor nodig. ‘We hebben twee grote externe partners gezocht, de Universiteit Wageningen en de provincie Zuid-Holland. We hebben een gezamenlijke visie gemaakt en daar behoorlijk wat energie in gestoken. De visie ging over leefbaarheid, biodiversiteit en werkgelegenheid. Wageningen deed mee om de kennisontwikkeling van de samenwerkende partners uit te venten. Dat werkte goed binnen de groene cirkels. Wat minder goed werkte in het begin was de groene cirkel mobiliteit. We wilden de vrachtwagens die voor ons heen en weer rijden klimaatneutraal maken. Iedereen vond het logisch. De provincie was enthousiast. We hebben er een jaar over gedaan en het is niet gelukt. Rijkswaterstaat keurde ons voorstel af omdat de vrachtwagens o.a. een te kleine draaicirkel hadden en dus het asfalt zouden kunnen beschadigen.’


Daar is van geleerd, aldus De Jonge: ‘We hadden Rijkswaterstaat vanaf het begin bij het proces moeten betrekken. De betrokkenheid is inmiddels sterk verbeterd. De provincie had ons dat kunnen adviseren, maar wij hadden er zelf ook aan moeten denken.’

Klimaatneutraal

‘Transparantie en eerlijkheid is van groot belang’, weet De Jonge inmiddels. ‘Je moet je eigen doel helder voor ogen hebben, maar ook dingen doen voor je partner. Desondanks was het een bijna onmogelijke opgave. We willen de groene corridor van de brouwerij naar Alphen aan den Rijn klimaatneutraal maken. Dat is lastig. Er zijn inmiddels 50 bedrijven bij betrokken. Allemaal hebben ze een klein rolletje, ook bestuurders. Je moet niet de illusie hebben dat je alles kunt controleren. Het is ook belangrijk dat je burgers uitlegt wat overheidssteun aan dit soort projecten betekent. Het is geen overheidssteun, je investeert om er iets uit te halen. De overheid en bedrijven kunnen in hun eentje de problemen niet oplossen, het moet samen. Dat is bij bestuurders een heel lastig thema.’

Ron Hillebrand, Statenlid, Provincie Zuid-Holland kijkt verbaasd: ‘Of je nou een ton in maaien of zaaien steekt, dat maakt toch niet uit? Wij zijn in gesprek met de industrie. Die roept dat energietransitie een miljard kost. Klopt dat dan wel en lukt dat zonder regulering?’ Daar is De Jonge helder in: ‘Nee. Neem de glasindustrie. Die is uitgezonderd van het ETS-systeem, waarin bedrijven een beperkt recht krijgen om CO2 uit te stoten. Zij zijn geen merk, dus zijn ze uitgesloten van dat systeem. Wij zijn daar niet blij mee, want dat houdt innovatie tegen. Ja, als wij betalen willen ze wel wat doen. Wij pakken een voortrekkersrol omdat we er maatschappelijke winst uit halen. Maar verwacht van ons niet dat we volledig oncompetatief ondernemen. Je moet innoveren met een group of the willing.’

Hillebrand geeft aan waar de innovatie wat hem betreft stokt: ‘We zitten nu met gevestigde namen aan tafel die voor de helft de transitie niet zullen overleven.’ Zijn pleidooi luidt dan ook: overheid, zet ook nieuwe spelers aan tafel.

Samen feest vieren

En hoe betrekken bestuurders de inwoner bij dit alles? Missen ze de burger in de discussie, zoals Van Midden stelt? Of is de burger in beeld, maar zijn steeds andere burgers betrokken bij verschillende initiatieven? Boogers benadrukt het belang van informele contacten, samen feest vieren. ‘Waarom is een businessclub voor het voetbal zo belangrijk? Daar kunnen mensen elkaar leren kennen en elkaars taal leren spreken.’

Kreijns probeert het getob wat te doorbreken met een oproep: ‘Laten we acht miljoen euro pakken en een casus bouwen. Fantastisch!’ Wordt integraal denken makkelijker als je geld hebt? Of zit er een te groot gat tussen de provincie en startups voor goede samenwerking? ‘Dat gat is niet zo groot’, stelt Baljeu. ‘Als we goed nadenken over het doel kunnen we anderen vragen om aan te sluiten.’ Kreijns zet daar vraagtekens bij: ‘De provincie heeft in de uitvoering niet zo’n grote rol volgens mij. De innovatie zit dichter bij gemeentes.’ Baljeu vindt juist dat de grote opgaven voorbij komen in de provincie. ‘Dan hoeft het niet allemaal binnen de grenzen van een gemeente te gebeuren. Wij kunnen ook meebetalen met gemeenten en bedrijven. Wij zijn de netwerkmanager.’

'Je moet niet de illusie hebben dat je alles kunt controleren.'

Willem de Jonge, Director Global Sustainable Development, Heineken