Samenvatting

Bestuurdersdiscours 2018:

De netwerksamenleving aan zet


Wat is de rol van bestuurders en volksvertegenwoordigers nu er steeds meer in netwerken wordt samengewerkt? Dat was de centrale vraag tijdens het Bestuurdersdiscours 2018, georganiseerd door de provincie Zuid-Holland en de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten.

Leren loslaten

Bestuurders en volksvertegenwoordigers uit de hele provincie gingen met elkaar en met ondernemers en burgers in gesprek over hoe je samen aan maatschappelijke vraagstukken werkt. Uit de geanimeerde discussies kwam naar voren dat volksvertegenwoordigers en bestuurders zich volop bewust zijn van het feit dat opereren in een netwerksamenleving vraagt om andere rollen en gedrag. Maar hoe doe je dat? En hoe vind je het evenwicht tussen het handhaven van wetten en regels en het tegelijkertijd ruimte geven aan de samenleving om oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken te vinden? Jaap Smit, Commissaris van de Koning, provincie Zuid-Holland, sprak er in zijn inleiding over: “Belangrijk is dat we binnen de regels zoeken naar mogelijkheden voor maatwerk. Dit vraagt van bestuurders dat zij vertrouwen geven aan de professionals in het veld en aan burgers en bedrijven die met goede oplossingen komen.” Klaas Tigelaar, burgemeester Leidschendam-Voorburg en voorzitter van de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten, verwoordde het als volgt: “Het openbaar bestuur moet leren loslaten en leren om verantwoordelijkheden over te laten aan anderen. Goed inspelen op de dynamiek en kansen van de netwerksamenleving betekent dat we niet meer over alles gaan.”

De stem van de samenleving

In een netwerksamenleving werk je samen en daarom waren er tijdens het Bestuurdersdiscours een groot aantal mensen van burger- en ondernemersinitiatieven en startups aanwezig. Hoe kijken zij aan tegen de rol van de overheid? Marjan Kreijns, programmadirecteur VP Delta: “We houden ons bezig met innovaties in water en klimaat. We praten veel met bestuurders die geloven in dit soort innovatie en de noodzaak ervan inzien. Maar als we het willen uitvoeren, dan krijgen we te maken met ambtenaren dieper in de organisaties en die vinden altijd een reden om ‘nee’ te zeggen tegen innoveren.” Ze riep bestuurders op om daar energie in te steken: “Help medewerkers met het maken van een omslag in denken. Dat ze niet altijd zelf de plannen hoeven te maken, maar ook plannen van anderen kunnen ondersteunen.” Hoe gemeenten beter kunnen samenwerken met maatschappelijke initiatieven werd aan een zeventiental tafels verder uitgediept.

Meer regionale samenwerking

Maarten Schurink, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken, stelde in zijn inleiding dat veel van de huidige vraagstukken niet meer op één bestuurslaag zijn op te lossen: “We moeten veel meer samenwerken. Zoals in het interbestuurlijk programma gebeurt, opgavegericht. Laten we daarbij niet meer praten over ‘de overheid’ en ‘de samenleving’ alsof dat een tegenstelling zou zijn. De overheid moet inderdaad grenzen stellen, dat is haar taak. Maar de overheid doet meer dan dat en daar is die tegenstelling helemaal niet zo scherp.” Uit de presentatie van drie wetenschappers bleek dat gemeenten en provincie Zuid-Holland veel meer kunnen samenwerken om de potentie van Zuid-Holland beter te benutten. Uit een rapport van de OESO blijkt dat Zuid-Holland niet de welvaart heeft die regio’s van vergelijkbare omvang wel hebben. Dat komt vooral door bestuurlijke fragmentatie, waardoor netwerken niet goed op elkaar aangesloten zijn. Zo kan in de ene gemeente de werkeloosheid hoog zijn, terwijl in een gemeente daar vlakbij een tekort is aan arbeidskrachten. Een oplossing die de wetenschappers noemden is om groter te denken. Frank van Oort, hoogleraar Urban & Regional Economics, EUR, gaf de aanwezigen een denkoefening mee: “Zijn jullie bereid te denken als een grootstedelijke agglomeratie, in plaats van als een kleine gemeente? Met plek voor lokale identiteit en cohesie? Als jullie dit niet doen, dan lopen jullie economische kansen mis en klopt de analyse van de OESO over vijf jaar nog steeds.”

Nieuwe rol

Zoals Baljeu aan het begin van het Bestuurdersdiscours 2018 stelde: de overheid heeft initiatieven van burgers en ondernemers nodig om de maatschappelijke vraagstukken van deze tijd in samenwerking op te lossen. Daarbij past een nieuwe rol. De traditionele rol van een overheid die kaders stelt blijft, zo was een conclusie tijdens het discours. Maar daarbij komt een nieuwe rol waarin de overheid zich flexibel opstelt en de ruimte geeft aan samenleving en ambtenaren om in samenwerking oplossingen te zoeken. Tigelaar: “We hebben elkaar nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen, daarom is het belangrijk dat we van elkaar weten wat er speelt en dat we elkaar ontmoeten. Een dag als vandaag biedt ons de inzichten om verder te werken aan de democratie van morgen.”