TON VAN RAAN


Verbrokkelde netwerken

PIETER TORDOIR


Meer welvaart

FRANK VAN OORT


Sociale cohesie

Grenzen opheffen

De welvaart in de provincie Zuid-Holland is niet zo groot als die in vergelijkbare stedelijke agglomeraties, concludeerde de OESO in een rapport. Drie wetenschappers lichten toe wat volgens hen de oorzaken daarvan zijn.

Verbrokkelde netwerken

Ton van Raan, emeritus hoogleraar Kwantitatieve Wetenschapsstudies, Universiteit Leiden, onderzocht het verband tussen het bruto gemeentelijk product en het aantal inwoners, voor Nederlandse, Deense en Duitse steden. Zijn conclusie: er is een meer dan lineaire toename tussen die twee variabelen: een stad die twee maal zo groot is, heeft 2,15 maal groter bruto gemeentelijk product. De oorzaak van deze ‘urban scaling’ ligt in het gedrag van complexe netwerken: vergroting van een netwerk betekent een meer dan lineaire toename van het aantal verbindingen in het netwerk. Die verbindingen zijn de sociale, economische en culturele relaties binnen een stedelijk gebied. Bovendien blijkt dat een compact stedelijk gebied met één bestuur sociaaleconomisch beter presteert vergeleken met een even groot compact stedelijk gebied maar met een gefragmenteerd bestuur. In het laatste geval geldt dat binnen het stedelijk gebied het netwerk verbrokkeld is, en daarom niet optimaal functioneert.

Meer welvaart

Pieter Tordoir, hoogleraar Economische Geografie, UvA, zocht binnen Nederland naar verklaringen waarom de provincie Zuid-Holland achterblijft in de ontwikkeling van welvaart. Zijn conclusie: “Zuid-Holland benut de massa en diversiteit van de provincie onvoldoende.” Hij onderzocht welke rol gemeentegrenzen daarbij spelen en vond dat “gemeentegrenzen een verstorende werking hebben op netwerkvorming”, waarbij er bijvoorbeeld in de ene gemeente veel werkeloosheid is terwijl in een gemeente ernaast een tekort is aan arbeidskrachten. “Als die grenzen minder hard zouden zijn, dan zouden we minder werkeloosheid en aanzienlijk meer welvaart hebben in Zuid-Holland.” Dat geldt niet alleen voor werk, maar ook voor voorzieningen, stelt hij. “In feite kun je Zuid-Holland zien als een stad met drie miljoen inwoners, die qua welvaart zou kunnen concurreren met steden als Londen of Milaan. Dat is nu niet zo.”

Sociale cohesie

Frank van Oort, hoogleraar Urban & Regional Economics, EUR, onderzocht welke invloed het gefragmenteerde stelsel van gemeenten in Zuid-Holland heeft op productiviteit en werkgelegenheid. Hij vond hetzelfde als Van Raan en Tordoir: er is onbenut potentieel doordat het gebied bestuurlijk gefragmenteerd is. “Het is wel mogelijk om in een gefragmenteerd gebied evenveel economische kracht te hebben als in een gebied met één bestuur, maar dat gebeurt alleen in regio’s waar de steden even groot zijn. Dan profiteren ze van elkaar. Zodra er een grote stad in de buurt is, dan gaat de kracht naar die grotere stad ten koste van de kleinere buurgemeenten.” Hij nuanceert: “Het gaat hier over economische welvaart. Een kleinere schaal heeft ook voordelen, zoals meer sociale cohesie en een bestuur dat dichter bij de burgers staat. De economische prijs van fragmentatie moet dus wel worden gewogen.”

Kruisverbanden

Welke kansen zijn er in Zuid-Holland om binnen de huidige situatie de welvaart te vergroten? Tordoir zegt dat er een aantal sterke samenwerkingsverbanden bestaan rondom domeinen, zoals agribusiness en de maritieme sector. “Het verdriet van Zuid-Holland is echter dat deze elkaar onvoldoende weten te vinden, er zijn te weinig onderlinge verbanden. Echte innovatie ontstaat pas als die kruisverbanden er wel komen. Het bestuur heeft hier een voortrekkersrol, die moet over grenzen heen kunnen kijken,” zegt hij. Chris Oerlemans, initiatiefnemer van de Riverboard in Vlaardingen en Schiedam, onderschrijft dat van harte: “Wij zijn een samenwerkingsverband tussen ondernemers, overheid, onderwijs en maatschappelijke instellingen.

Er zijn zoveel goede initiatieven in onze regio en veel mensen met visie, maar die mensen kennen elkaar niet. Die versnippering willen wij opheffen, door mensen met elkaar in contact te brengen. De overheid hebben we daarbij nodig, als facilitator. Maar het gaat allemaal nog wel erg traag.”

Postzegel

Peter de Bruijn, directeur SSRMainports, wijst op de grote opgaven die alleen in samenwerking opgelost kunnen worden: “Ik zie dat steden daarop samenwerken, zoals Rotterdam, Milaan en Athene op het onderwerp hittestress. Als dat op internationaal niveau kan, waarom lukt het ons dat niet hier op dit kleine postzegeltje?” André Schoon, wethouder gemeente Brielle: “We zijn blij met de provincie en dat we deel uitmaken van de metropoolregio, maar het gemeenschappelijke doel is nu niet helder en slagkracht is een probleem. Er komt zoveel op ons af, ook vanuit de rijksoverheid, ik vind echt dat we daar veel meer als één in moeten optrekken. Met als grote vraag voor onze gemeente: hoe houden we het bij ons leefbaar, als alle energie naar de grote stad gaat?”

Zwembad

Van Oort stelt dat gemeenten meer over hun grenzen heen zouden moeten kijken. Waarom bijvoorbeeld niet een groot zwembad in een centrumgemeente, zodat kleine gemeenten geld overhouden om een andere voorziening te realiseren, zoals een tennisbaan? Inwoners zouden dan van beide kunnen profiteren. Het voorbeeld valt niet helemaal goed in de zaal en dagvoorzitter Marijke Roskam merkt op dat dit haaks lijkt te staan op de netwerksamenleving: “Want wat doe je als burgers hun eigen zwembadje willen houden?” Volgens de wetenschappers is een omslag in denken nodig. Tordoir: “Je kunt meer diversiteit en meer voorzieningen krijgen als je het beter afstemt in de regio. De burger gaat er dan op vooruit, omdat hij meer keuze heeft.”

Groter denken

Van Raan wijst op de grotere kracht van een compact stedelijk gebied met één bestuur en trekt een vergelijking met Denemarken: “Daar zijn de gemeenten samengevoegd van 250 naar 97 grotere gemeenten en ook bij de meer landelijke gebieden zie je die niet-lineaire schaling optreden, en daarmee een groei in welvaart, zonder dat de leefbaarheid in het geding is gekomen.” Roskam vraagt wat er nu al kan verbeteren in de provincie, zonder te vervallen in een discussie over herindelingen. Tordoir: “We moeten af van het denken in een onderscheid tussen grote stad en platteland. De kleine kernen zijn allemaal een onderdeel van een groot gebied.” Van Oort geeft tot slot de aanwezigen een denkoefening mee: “Zijn jullie bereid te denken als een grootstedelijke agglomeratie, in plaats van als een kleine gemeente? Met plek voor lokale identiteit en cohesie? Als jullie dit niet doen, dan lopen jullie economische kansen mis en klopt de analyse van de OESO over vijf jaar nog steeds.”