3D maar dan anders

Maarten Schurink, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken, citeert een nummer van De Dijk in zijn inleiding: ‘Ik kan het niet alleen’. Een toepasselijke slogan voor het moderne openbaar bestuur.

Thorbecke

Maarten Schurink, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken, begint zijn betoog met Thorbecke: “Hij zocht de oplossing voor de turbulente tijd waarin hij leefde in een nieuw staatsbestel, want hij zag dat verandering nodig was in het openbaar bestuur. Thorbecke stelde dat elk tijdvak zijn eigen beginsel van beweging heeft. Laat men dat slapen, dan ontstaat er in een volgend tijdvak verwarring.” De uitdaging van onze moderne tijd is helder, zegt hij: “Het met elkaar vormgeven van een openbaar bestuur dat in staat is om de complexe vraagstukken van onze tijd op te lossen en die tegelijkertijd een sterke en levendige democratie bevordert.”

Snelheid

Hij deelt drie observaties over wat hij tegenkomt in alle lagen van het openbaar bestuur. De eerste is dat de gangbare manier van werken van beleid maken, evalueren en bijstellen wordt ingehaald door de snelheid van de samenleving. “De verzakelijking van het openbaar bestuur, het denken in instrumenten en in output, dat past niet meer in deze tijd. We moeten van new public management naar sturen op publieke waarden. Met korte feedbackloops en ruimte voor initiatieven uit de samenleving.” Het is op zich niet erg dat het openbaar bestuur zakelijker is geworden, maar we zijn daarin wellicht te ver doorgeschoten, zegt hij: “We zullen slimmer moeten opereren en veel beter moeten aansluiten bij de snelheid van de samenleving.”

“We zullen als openbaar bestuur slimmer moeten opereren en veel beter moeten aansluiten bij de snelheid van de samenleving.”

Maarten Schurink, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken

Niet alleen

Zijn tweede observatie heeft te maken met het liedje van De Dijk. “ ‘Ik kan het niet alleen’ geldt voor deze tijd en dat staat lijnrecht tegenover de Rijksbrede Taakanalyse uit 2005 met de titel ‘Je gaat erover of niet’. De huidige vraagstukken zijn niet meer op één bestuurslaag op te lossen, we moeten veel meer samenwerken. Zoals in het interbestuurlijk programma gebeurt, opgavegericht. Dat is de goede weg.” Hij noemt het directoraat-generaal dat zich bij het ministerie bezighoudt met de Omgevingswet: “Daarin werken 100 mensen, waarvan 20 rijksambtenaren en 80 van gemeenten, provincies en waterschappen. Zo moeten we het volgens mij doen.”

Verschillen

De derde observatie gaat over 3D. Daarmee doelt Schurink niet alleen op de drie decentralisaties, maar ook op de D van differentiatie. Nederland kent grote verschillen, “per regio zijn er fundamenteel andere opgaven”, en hij stelt dat daar meer aandacht voor mag zijn. “Minister Ollongren heeft in haar Thorbeckelezing de ambitie neergezet om iedereen in

Nederland dezelfde kansen te bieden, ongeacht waar mensen wonen. Daarvoor is meer lokaal en regionaal maatwerk noodzakelijk.

Als u dus in uw regio behoefte heeft aan maatwerk, kom dan met ons praten wat er mogelijk is.” Gemeenten mogen wat hem betreft nog wel wat zelfbewuster worden, besluit hij: “Er zit veel kracht in het lokaal bestuur en in de samenleving. De verhalen van burgers mogen meer centraal komen te staan. Daarbij moeten we stoppen met praten over ‘de overheid en de samenleving’, alsof het om een tegenstelling zou gaan. De overheid moet inderdaad grenzen stellen, dat is haar taak. Maar de overheid doet meer dan dat en daar is die tegenstelling helemaal niet zo scherp.”